Het Nederlandse Centraal Planbureau heeft onderzocht waarom oudere bedrijven doorgaans veel beter presteren dan jonge bedrijven, en welke rol de overheid kan spelen om kansrijke ondernemingen meer ruimte te geven om door te groeien.

Succes lijkt al vroeg in de levenscyclus grotendeels bepaald

Uit het onderzoek blijkt dat het toekomstige succes van bedrijven vaak al vroeg in hun bestaan wordt bepaald. Jonge ondernemingen verbeteren zich vooral door ervaring op te doen en gaandeweg te ontdekken of hun gekozen aanpak werkt. Zij blijven meestal vasthouden aan een vaste strategie en gebruiken signalen uit de markt – zoals omzet, vraag of concurrentie – om te beslissen of doorgaan zinvol is. Dit proces wordt noisy learning genoemd, omdat die signalen in het begin vaak onzeker en onvolledig zijn. Het onderzoek vindt minder aanwijzingen dat jonge bedrijven hun kansen vooral vergroten door actief nieuwe capaciteiten op te bouwen, bijvoorbeeld via extra investeringen in R&D, innovatie of managementontwikkeling (capability learning).

Analyse op basis van grootschalige CBS-microdata

De studie is uitgevoerd met behulp van microdata van het CBS over meer dan 350.000 Nederlandse bedrijven in de periode 2007 tot en met 2020. Met een methodiek uit de arbeidseconomie en aanvullende machine-learning modellen is onderzocht in hoeverre kenmerken uit het eerste bedrijfsjaar latere prestaties kunnen voorspellen.

Vroege kenmerken blijken sterke voorspellers van latere prestaties

Economisch succes werd in het onderzoek gedefinieerd als het realiseren van minimaal 150.000 euro omzet. De resultaten laten zien dat vroege bedrijfskenmerken opvallend goed samenhangen met latere succeskansen. Deze kansen blijken bovendien sterk persistent, zelfs tijdens grote economische schokken zoals de financiële crisis en de coronapandemie.

Beperkt bewijs voor capability learning

Het waargenomen patroon ondersteunt vooral het mechanisme van noisy learning en biedt relatief weinig aanwijzingen dat bedrijven zich later substantieel verbeteren door doelgerichte capaciteitsopbouw. Dit suggereert dat verschillen tussen succesvolle en minder succesvolle ondernemingen al vroeg ontstaan en vervolgens grotendeels blijven doorwerken.

Implicaties voor beleid en steunmaatregelen

Voor beleidsmakers betekent dit dat generieke ondersteuningsinstrumenten voor jonge bedrijven, zoals startersregelingen, garanties en tijdelijke lastenverlichting, waarschijnlijk effectiever zijn dan selectieve steun die specifiek gericht is op het versterken van bepaalde capaciteiten. Tegelijkertijd blijft aanvullend onderzoek nodig naar minder zichtbare factoren, zoals managementkwaliteit en innovatie-investeringen, die mogelijk toch een rol spelen.

Relevantie voor credit management professionals

Voor credit professionals reiken deze inzichten verder dan risicobeheersing. Vroege bedrijfskenmerken kunnen helpen om jonge ondernemingen beter te onderscheiden op groeipotentieel en duurzaamheid, en zo het order-to-cash beleid strategischer in te richten. Dit biedt aanknopingspunten voor maatwerk in betaalvoorwaarden en klantacceptatie. Tegelijk blijft context belangrijk, omdat factoren zoals innovatiekracht en managementkwaliteit niet altijd direct zichtbaar zijn in financiële data.

Bron: CPB