Vanaf 2028 krijgen huishoudens te maken met het nieuwe Europese emissiehandelssysteem ETS2. Daardoor wordt een CO2-prijs doorberekend in het gebruik van aardgas, benzine en diesel. Uit het PBL-rapport ETS2 en de gevolgen voor Nederlandse huishoudens blijkt dat de kosten sterk kunnen verschillen per huishouden. Vooral kwetsbare huishoudens lopen risico, terwijl huishoudens met een elektrische auto en een volledig elektrische warmtepomp deze meerkosten voor vervoer en verwarming grotendeels vermijden.

CO2-prijs wordt bepaald op Europese markt

Binnen ETS2 betalen huishoudens vanaf 2028 indirect voor de CO2-uitstoot van aardgas, benzine en diesel. De prijs ontstaat op de Europese markt voor verhandelbare uitstootrechten en wordt bepaald door vraag en aanbod. De Nederlandse overheid heeft daardoor maar beperkt invloed op de prijs die huishoudens uiteindelijk gaan betalen. Die prijs hangt vooral af van de ontwikkeling van de CO2-uitstoot in grote Europese lidstaten.

Kosten lopen sterk uiteen per huishouden

Volgens het PBL kan de eigenaar van een klein appartement met cv-ketel die 6.000 kilometer per jaar in een benzineauto rijdt in 2030 rekening houden met ongeveer 10 tot 20 euro extra per maand. Bewoners van een grote vrijstaande woning die 20.000 kilometer per jaar rijden, kunnen uitkomen op 30 tot 70 euro per maand. Naarmate het emissieplafond daalt, zal de CO2-prijs waarschijnlijk verder oplopen.

Kwetsbare huishoudens kunnen extra geraakt worden

Niet ieder huishouden kan snel verduurzamen. Voor sommige huishoudens zijn woningisolatie, een warmtepomp of een elektrische auto financieel of praktisch moeilijk bereikbaar. Huurders zijn bovendien afhankelijk van verhuurders voor verduurzaming van de woning. Daardoor kan ETS2 de kans op energie- en vervoersarmoede vergroten. Volgens PBL-directeur Marko Hekkert kan ondersteuning van kwetsbare huishoudens helpen om die effecten te beperken.

Inkomsten kunnen worden ingezet voor compensatie

Een deel van de ETS2-inkomsten wordt via het Europese Sociaal Klimaatfonds gebruikt om kwetsbare groepen te ondersteunen. Het PBL wijst erop dat ook de overige inkomsten kunnen worden ingezet voor klimaatmaatregelen of compensatie. In andere Europese landen is bij vergelijkbare CO2-heffingen gekozen voor een vast compensatiebedrag per inwoner, waarvan kwetsbare huishoudens relatief het meest profiteren.

Prijsprikkel moet effectief en maatschappelijk houdbaar blijven

Een effectieve inzet van ETS2 vraagt volgens het PBL om een prijs die hoog genoeg is om verduurzaming te stimuleren, maar niet zo hoog dat kwetsbare huishoudens onevenredig worden geraakt. Voorspelbaarheid is daarbij belangrijk, zodat huishoudens en bedrijven investeringsbeslissingen kunnen nemen. Een mogelijke oplossing is een CO2-prijs die beweegt tussen een afgesproken onder- en bovengrens.

ETS2 raakt direct aan betaalcapaciteit van kwetsbare huishoudens

De invoering van ETS2 laat zien dat klimaatbeleid en CO2-beprijzing direct kunnen doorwerken in de maandelijkse lasten van huishoudens. Hogere kosten voor verwarming en vervoer kunnen vooral bij huishoudens met beperkte buffers druk zetten op betaalruimte en bestedingsgedrag. Voor organisaties met B2C-portefeuilles wordt het daardoor belangrijker om rekening te houden met verschillen in energie- en vervoerslasten, zeker bij klantgroepen die minder snel kunnen verduurzamen.

Bron: PBL