De hervorming van de insolventiewetgeving die minister Koen Geens doorvoerde, is bedoeld om de wet te moderniseren en te vereenvoudigen. Zowel in de geest als wat de procedure betreft. Verschillende experts zijn het er nochtans over eens dat er voor- en nadelen kleven aan de wijzigingen.

De verslagen van een recent symposium, waarbij de wijzigingen aan de nieuwe insolventiewet nader onderzocht werden, zijn gepubliceerd in het boek Le droit de l’insolvabilité : analyse panoramique de la réforme. Het werd samengesteld onder leiding van Alain Zenner, advocaat en specialist op het vlak van insolventie. In dat kader hebben we naast meester Zenner ook meester Christophe Bourtembourg en meester Nicholas Ouchinsky ontmoet. Deze laatsten zijn beiden advocaat aan de balie van Brussel en gespecialiseerd in bedrijven in moeilijkheden. Zij hebben ook aan dit artikel meegewerkt. De hervorming van de insolventiewet is blijkbaar geen eenduidig verhaal.

Grote ambities, haastig werk

De minister had grote ambities. Maar volgens Alain Zenner heeft men te snel een wettekst in elkaar willen boksen. Dat heeft er spijtig genoeg voor gezorgd dat de hervormingen hun doel voorbij schieten. De grootste vooruitgang is de oprichting van het platform RegSol (Centraal Register voor Solvabiliteit), dat actief is sinds 1 april 2017. Dit digitale platform stroomlijnt en versnelt de insolventieprocedures. Het maakt ze transparanter, vooral voor schuldeisers. Deze digitalisering is ongetwijfeld het grootste succes van de hervormingen. Andere delen van de tekst lijken eerder op een zwaard dat langs twee klanten snijdt.

RegSol neemt een nieuwe dimensie aan

Dit digitale platform zou, als de nieuwe insolventiewet op 1 mei 2018 van kracht wordt, een bijkomende rol kunnen spelen op het vlak van de continuïteit van bedrijven. Het systeem lijkt al goed te functioneren bij faillissementen. Het maakt de digitalisering van alle documenten van het dossier, de communicatie tussen alle partijen en de elektronische opslag van de ingediende schuldvorderingen mogelijk. Vanaf 1 mei speelt het platform ook een rol op het vlak van opsporing van ondernemingen in moeilijkheden. Hierbij zullen informatieleveranciers zoals Graydon de handelsrechters ondersteunen bij hun preventieve werkzaamheden.

Uitbreiding van het concept ‘ondernemer’

De oorspronkelijke tekst gebruikte de termen ‘koopman of handelsvennootschap’. In de nieuwe tekst werden deze begrippen vervangen door ‘ondernemingen’ met inbegrip van ‘bestuurders, in rechte of in feite, van de vennootschap of de rechtspersoon’. Op die manier wilde men ook vzw’s, vrije beroepen en zelfstandigen, en de facto verenigingen toevoegen om de nieuwe economische realiteit te weerspiegelen.

Dit is zeker een vooruitgang. Maar wat is een de facto vereniging? Zoals Alain Zenner benadrukt, kunt u failliet verklaard worden zonder te weten dat u een organisatie opgericht hebt. Het is maar één van de problemen die ontstaan door deze herdefiniëring.

Kwijtschelding vervangt verschoonbaarheid

Men spreekt van kwijtschelding van de restschulden en niet meer over verschoonbaarheid bij faillissement. Het betekent de opschorting van de executie van schulden, zonder ze kwijt te schelden. Een diepere analyse van de praktische gevolgen toont echter aan dat de goed bedoelde intentie om naar het concept van tweede kans te evolueren, zijn doel mist.

De tekst voorziet immers verschillende rechtsmiddelen tegen de kwijtschelding. De gevolgen van een weigering tot kwijtschelding voor de gefailleerde zijn groter dan onder het regime van verschoonbaarheid. De doelstelling ‘tweede kans’ wordt dus niet gerealiseerd en deze procedure is dan ook een piste vol hindernissen, aldus Alain Zenner.

Uniformering van de teksten?

Volgens de analyse van Alain Zenner is de bewering dat men de insolventiewetgeving gecodificeerd heef misleidend: “Men heeft de faillissementswet en de wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen naast elkaar gezet in eenzelfde tekst en enkele aanpassingen aangebracht.”

“Maar dit is misleidend, want veel regels met betrekking tot de insolventiewetgeving staan er niet in. Men heeft dus de exacte inhoud van de twee wetten in dit boek XX en enkele andere wettelijke bepalingen overgenomen. Maar er is een allegaartje aan wetten met betrekking tot insolventie die niet gehergroepeerd werden.”

Continuïteit van de ondernemingen, echte preventie

De wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen in haar versie van 2009 was niet efficiënt. De beschermingsmaatregelen komen meestal te laat en de paar kleine aanpassingen in de nieuwe wet lossen dit probleem niet op. Het berokkent de rechtbanken alleen maar extra last.

De knipperlichten moeten dus geen ondernemingen in moeilijkheden signaleren, maar het probleem bij de bron opsporen en zwakke plekken op managementniveau detecteren. Graydon heeft een aantal andere knipperlichten waarmee men vroegtijdig een bedrijf in verval kan herkennen. Zo kan men ingrijpen voor het te laat is. Echte preventie dus.

Toch hebben de kamers voor handelsonderzoek voldoende bestaansredenen. Alain Zenner schat dat er zestigduizend bedrijven in ernstige problemen verkeren. Er is dus werk aan de winkel.

De rechten van schuldeisers

Zowel op het vlak van gerechtelijke reorganisatie als faillissementen blijven de rechten van schuldeisers in de grond ongewijzigd. Erger nog. De hervorming maakt de situatie nog ingewikkelder met talloze uitzonderingen en uitzonderingen op uitzonderingen. Dit is vooral zo voor alles wat met de verkoop van roerende en onroerende goederen te maken heeft, zoals meester Nicholas Ouchinsky benadrukt. De verbeteringen worden dus gehinderd door uitzonderingen.

Maar er is hoop …

  • Voor de schuldeisers: dankzij het digitale platform RegSol kunnen schuldvorderingen veel eenvoudiger ingediend en dossiers veel gemakkelijker geraadpleegd worden (geen verplaatsingen meer, geen papier meer …).
  • Voor de gefailleerden: het faillissement treft uitsluitend de schulden en het vermogen uit het verleden. Er kan dus niet langer beslag gelegd worden op het inkomen dat na het faillissement gegenereerd wordt door zelfstandigen bijvoorbeeld. De curator kan alleen het vermogen van vóór het faillissement aanspreken.
  • De bijdrage van de privésector tot de informatieverstrekking aan rechtbanken en alle betrokkenen bij problemen rond faillissementen en insolventie vormt een onmiskenbare troef. Graydon speelt hierin een sleutelrol. Vooral als partner van RegSol.

Bron: Graydon Blog