De concurrentiepositie van de Belgische economie staat onder toenemende druk. Dat blijkt uit de eerste editie van het Belgian Competitiveness Overview van de FOD Economie, waarin zowel de zwakkere exportprestaties als de groeiende afhankelijkheid van invoer van buiten de Europese Unie worden belicht.
België blijft als open economie sterk blootgesteld aan internationale schommelingen. In 2024 daalde de Belgische export in waarde met 4 procent ten opzichte van 2023, terwijl de wereldhandel met 3 procent terugviel. Daarmee presteerde België zwakker dan de algemene internationale trend.
Ook het Belgische aandeel in de wereldwijde exportmarkt blijft onder druk staan. Met een aandeel van 1,8 procent staat België momenteel op de negentiende plaats wereldwijd. Vooral sectoren die sterk afhankelijk zijn van de mondiale conjunctuur, zoals de chemiesector, wegen op die ontwikkeling.
Groeiende afhankelijkheid van invoer buiten de EU
Uit de analyse blijkt daarnaast dat de Belgische industrie in veel sectoren steeds afhankelijker wordt van invoer uit landen buiten de Europese Unie. Die tendens hangt vooral samen met handelsstromen uit China, de rest van Azië en de Verenigde Staten.
Vooral sectoren zoals de automobielindustrie, de productie van elektrische apparaten en de textiel- en leersector zijn gevoelig voor die ontwikkeling. Die grotere afhankelijkheid vergroot de kwetsbaarheid voor externe schokken en geopolitieke spanningen.
Innovatie blijft een belangrijke sterkte
Tegenover die drukpunten staat dat België sterk blijft presteren op het vlak van onderzoek en ontwikkeling. De O&O-intensiteit steeg van 3,1 procent van het bbp in 2015 naar 3,4 procent in 2024. Daarmee doet België het beter dan de buurlanden, waar het gemiddelde daalde tot 2,2 procent van het bbp.
Die sterke innovatiepositie is onder meer te danken aan technologie-intensieve sectoren, zoals de farmaceutische industrie, en aan investeringen in immateriële activa. Volgens de FOD Economie blijft innovatie daarmee een cruciale hefboom om de productiviteit en het concurrentievermogen op langere termijn te ondersteunen.
Structurele uitdagingen blijven doorwegen
De FOD Economie wijst tegelijk op een aantal structurele knelpunten. Zo blijven de energiekosten voor de industrie hoog in vergelijking met de buurlanden. Ook de energie- en broeikasgasintensiteit blijft aanzienlijk, wat de noodzaak van een versnelde energietransitie onderstreept.
Daarnaast blijven de productiviteitswinsten beperkt en volstaan zij niet om het hogere loonkostenniveau ten opzichte van de buurlanden te compenseren. Ook op de arbeidsmarkt blijven er uitdagingen, onder meer door tekorten aan vaardigheden en een aandeel STEM-afgestudeerden dat onvoldoende aansluit op de behoeften van de economie.
Kwetsbaarheid verschilt steeds sterker per sector
De combinatie van zwakkere exportprestaties, hogere structurele kosten en een grotere afhankelijkheid van invoer van buiten de EU kan in diverse Belgische sectoren direct doorwerken in marges, leveringszekerheid en betaalcapaciteit. Vooral in internationaal concurrerende en energiegevoelige sectoren, zoals chemie, industrie en maakbedrijven, verdient de ontwikkeling van kasstromen en kredietwaardigheid extra aandacht.
Tegelijk kan de sterke positie in onderzoek en innovatie het risicobeeld tussen sectoren verder uiteen laten lopen. Dat maakt sectorspecifieke beoordeling van klanten, afzetmarkten en toeleveringsketens belangrijker.



