- De financiële gemoedsrust van Belgen daalt naar 57,3 op 100, het op één na laagste niveau sinds 2020.
- Het aandeel met weinig financiële gemoedsrust steeg van 27 procent in september 2024 naar 36 procent in september 2026.
- De verdeling naar omvang van de spaarbuffer bleef volgens NN de afgelopen twee jaar vrijwel gelijk.
Belgen maken zich meer zorgen over hun financiën. Dat blijkt uit de Financiële Gemoedsrustbarometer van verzekeraar NN, uitgevoerd in samenwerking met onderzoeksbureau Indiville. Alleen tijdens de energiecrisis van september 2022 lag de gemiddelde financiële gemoedsrust lager dan bij de nieuwste meting.
Volgens NN spelen onzekerheid over besparingsmaatregelen, inflatie en mogelijke hogere energiekosten een rol. De verzekeraar ziet vooral een verslechtering bij groepen die gevolgen van hervormingen verwachten.
Grote verschillen tussen bevolkingsgroepen
Bij vrouwen daalde de index van 59,0 in september 2024 naar 54,7 in september 2026. Onder ambtenaren ging de score in dezelfde periode van 63,3 naar 57,7.
De groep die in het onderzoek als niet-actieven wordt aangeduid, scoort met 49,4 het laagst. Twee jaar eerder was dat nog 56,4. Binnen deze groep noemt 44 procent rondkomen een prioriteit.
Ook onder 50- tot 64-jarigen nam de financiële gemoedsrust af: van 59,5 naar 54,8 in het afgelopen halfjaar. Gepensioneerden behouden met 62,5 een relatief hoge score.
Onzekerheid over toekomstige inkomsten
NN brengt de verschillen onder meer in verband met hervormingen van pensioenen en werkloosheidsuitkeringen. Volgens Colin Sanders, expert financiële gemoedsrust bij NN, kan onduidelijkheid over toekomstige inkomsten het moeilijker maken om financiële plannen te maken. De barometer toont daarmee nog niet aan welk deel van de daling door afzonderlijke beleidsmaatregelen wordt veroorzaakt.
Het vertrouwen in de toekomstige pensioenbetaling is bij sommige leeftijdsgroepen laag. Onder 50- tot 64-jarigen daalde het aandeel dat erop vertrouwt dat de overheid de pensioenen kan blijven uitbetalen in een jaar van 28 naar 21 procent. Bij 35- tot 49-jarigen bedraagt dit 10 procent.
Spaarbuffer hangt sterk samen met gemoedsrust
De toenemende zorgen gaan volgens NN niet samen met een duidelijke verschuiving in de verdeling van de spaarbuffers. In september 2026 zegt 56 procent een reserve te hebben waarmee minimaal drie maanden kunnen worden overbrugd, evenveel als in maart.
Wie minstens drie maanden kan overbruggen, scoort gemiddeld 66,2 op de index. Bij mensen met een kleinere of ontbrekende reserve is dat 44,4. De verschillen in ervaren financiële zekerheid zijn daarmee aanzienlijk.
Onderzoek onder 1.375 respondenten
De zestiende meting van de Financiële Gemoedsrustbarometer vond plaats van 10 tot en met 30 september 2026. Aan de online enquête namen 1.375 mensen van 18 tot en met 79 jaar deel.
De steekproef bestond uit 1.075 respondenten, aangevuld met 200 zelfstandigen en 100 gepensioneerde zelfstandigen. De resultaten zijn gewogen op basis van Statbel-gegevens, onder meer naar leeftijd, geslacht, taal, regio, activiteitsgraad en opleidingsniveau.
Bron: NN, Financiële Gemoedsrustbarometer, persbericht van 27 oktober 2026.



